Slik. Dat ben ik. [deel 2/2]

(3154)(3)1358089247049Het vervolg op “Slik. Dat ben ik.”

 

 

 

 

Mijn oren leren spitsen

image3     Lijf: Luister dan naar me! Ik praat tegen jou. Altijd. De hele dag door.

Ik: Nou, ik heb anders de afgelopen jaren niets gehoord hoor. Een beetje moe, dat is alles.

     Lijf: O, ja? Ik heb heel veel gezegd! Ik fluisterde eerst. Kleine signalen. Maar toen moest ik het grootser aanpakken. Wat dacht je bijvoorbeeld van die nierbekkenontsteking?

Ik: Ja, toen was je even ziek.

     Lijf: Nou, “even”…  Ik gaf pijn, maar jij ging door. De kuur werkte niet, maar jij deed alsof je neus bloedde. Toen opname in het ziekenhuis. Daarna sjeesde er direct weer vandoor.

Ik: Het ging toch beter?

     Lijf: Ja, maar ik had nog wel rust nodig. Ik kon je niet bijbenen hoor. Kan je je de rugpijn nog herinneren?

Ik: Ach ja. Ik was net gestart met mijn nieuwe baan…

     Lijf: Je tilde mensen uit bed van ik-weet-niet-hoeveel-kilo en bewoog mij helemaal verkeerd. Ik riep jou weer. Voelde je die pijn niet?

Ik: Ja nu ik eraan terugdenk, al veel langer. Maar destijds voelde ik het pas echt toen ik niet meer rechtop kon staan of zitten. Maandenlang in de ziektewet. Vele fysio-bezoekjes.

     Lijf: Ja, ik moest weer schreeuwen. Maar ik riep jou al jaren eerder.

Ik: Shit. Je hebt gelijk. Ik deed stééds niets als je me riep. Ik heb je genegeerd. Want ik wilde doorgaan, zoveel te doen. Ik had geen tijd voor rust!

     Lijf: Geen tijd? Hallo, tijd moet je maken voor mij! Ik had die rust zo hard nodig.

Die ene zin voor een nieuw begin 

vlinderIk: Ik hoorde jou eigenlijk pas écht op de dag dat ik me ziek melde. Dat ik écht niet meer kon. Oh, dit doet pijn zeg! Ik besef het nu pas. Maar nu is het te laat. Veel te laat. Nu heb ik je kapot gemaakt.

     Lijf: Ho, ho. Ik ben inderdaad wel echt helemaal opgebrand. Ik kan écht niet meer. Maar kapot? Ik krabbel wel weer op hoor.

Ik: Oh, denk je dat echt? Wauw, dat zou fantastisch zijn! Maar wanneer dan? Een paar maandjes hooguit?

     Lijf:  Ho, rustig aan. Ik ga mijn best doen. Maar geduld zul je moeten hebben. Veel geduld. Je noemde me ‘zwak’, maar weet je… Ik noem mezelf liever sterk! Hoe doodop ik ook ben. Hoe hard je ook over mijn grenzen bent gegaan. Ik heb wel de kracht om er weer bovenop te komen. Als een rups die zich na tijden ontpopt tot een prachtige kleurrijke vlinder. Zo zal ik ook weer herstellen.

Ik: Slik. Sorry, het spijt me enorm! Voor alle momenten dat ik jou heb overvraagd. Voor alle onaardige en hatelijke woorden naar jou. Voor alle woede tegen jou. Ik wil dolgraag die vlinder worden. Vanaf nu wil ik samenwerken mét jou. En niet meer vechten tegen jou. Ik ben zo ontzettend blij dat je alsnog weer beter gaat worden.

     Lijf: Ik doe het graag voor jou. Maar ik heb jouw hulp wel nodig.

Ik: Wat kan ik doen?

     Lijf: Als een baby geboren wordt, vinden we dat allemaal een wonder. Maar hoe ouder we worden, hoe meer we onszelf voor lief nemen.

Ik: Klopt, ik nam jou voor lief.

     Lijf: Zorg voor mij zoals je voor een baby zorgt. Geef me veel liefde. En zorg voor me. Ik vraag maar één ding van je.

Ik: En dat is?

IMAG2810     Lijf: Ik vroeg het je net al. Zeg het maar tegen me.

Ik: Ik hou van jou. Echt. Altijd.

Ik krijg een glimlach terug. En daar moet ik dan weer meer om lachen. En zo staan we daar even. Zo sta ik daar even. Één met mezelf. Gelukkig met mezelf. Een nieuwe start.

 

>>Meer weten over mij en Altijd Sanshine? Klik hier!<<

Liefs, Sanne 

3 reacties op “Slik. Dat ben ik. [deel 2/2]

  1. Wauw wat ’n inzicht heb je daar beschreven! Het raakt me omdat je jezelf zo duidelijk ziet nu♡♡

    Prachtige jij♡ en je prachtige lijf♡ gaan hand in hand ’n stralende toekomst tegemoet💕! Shine ze🌞. Dat we met z’n allen met je meedoen, dat wens ik:-) 😘

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *